Get In Sight

Artikel Volume

mei 21, 2008 · Laat een reactie achter

Onzichtbaar of over het hoofd gezien: thuiszittende meiden in Nieuwendam-Noord

Door: Paul Adriani, Many Lauw, Tanja van Nes, Sanne Schot, Katusha Sol, Lydia Sprenger

‘People do not resist change; people resist being changed’

Richard Beckhard

Het stadsdeel Nieuwendam-Noord richt zich in het kader van integratie op participatie van allochtone groepen, dat blijkt o.a. uit de beleidsnota ‘Integratie: werk in uitvoering’ (2003). Een van de groepen die de gemeente zorg baart zijn zogenoemde ‘onzichtbare’ Marokkaanse meisjes in Nieuwendam-Noord. Het gaat om tweede generatie Marokkaanse meisjes tussen de 18-26 jaar zonder startkwalificatie (havo-, vwo-diploma of diploma op mbo-2 niveau). De term onzichtbaarheid komt voort uit het feit dat deze meisjes niet in de statistieken zijn terug te vinden. Zo hebben ze geen werk en geen uitkering en zijn ze daarom niet bekend bij het Dienst Werk en Inkomen (DWI). Meestal zijn het schooluitvallers die vanwege hun leeftijd niet langer leerplichtig zijn, en daarom niet langer ingeschreven staan op scholen.

Het streven naar gelijkheid, participatie en controle vormt de basis van de behoefte van het zichtbaar maken van moeilijk te bereiken groepen. Het streven van stadsdeel Noord naar participatie op het gebied van educatie en arbeid om sociaal-economische positie van haar inwoners te verbeteren kan in deze lijn gezien worden. Het motto is ‘maatschappelijk meedoen’. Hoewel het stadsdeel beaamt dat niet bekend is in hoeverre het gebrek aan sociaal-economische participatie door deze Marokkaanse vrouwen zelf werkelijk als een probleem ervaren wordt, willen ze deze specifieke groep wel in kaart gebracht hebben. De gemeente wil de Marokkaanse vrouwen leesbaar hebben als de fricties waar James C. Scott over spreekt in Seeing like a state.

Het voortdurend in kaart brengen van de achterstanden benadrukt de positie als allochtoon of als minderheid. Als we goed kijken naar jonge Turkse en Marokkaanse vrouwen, doen zij het vele malen beter op school en de arbeidsmarkt dan hun ouders. Tariq Ramadan schrijft in zijn artikel ‘Voor de nieuwe wij-burger gaat het niet om de cultuur’ (2008) dat niet moet worden vergeten dat deze vrouwen hier leven en ze de wetten en historie van Nederland kennen als ieder ander. Door je te richten op de vrouwen die niet op die manier meedoen komt de aandacht juist te liggen op minder goede voorbeelden van integratie binnen een al overspannen publiek debat. Om met Ramadan te spreken; net zoals ‘je pas het gevoel krijgt er bij te horen wanneer integratie geen onderwerp van gesprek meer is’, zullen vrouwen zich minder achtergesteld voelen wanneer het stadsdeel hen niet als onzichtbaar classificeert. Wat hier op het spel staat is namelijk dat categorisering gebruikt gaat worden als een ‘publieke beschuldiging’

Een ingewikkeld netwerk van ondersteunende instanties vormt een obstakel waardoor de gemeente de mensen in onze doelgroep niet meer kan zien. In Amsterdam Noord is een overdaad aan instanties die, meestal vanuit de gemeente, zich richten op allerlei verschillende doelgroepen. Doordat de doelgroepen van deze instanties allemaal met elkaar overlappen, ontstaat er een gecompliceerd netwerk van communicatie en regelgeving tussen de gemeente en instanties onderling, waarin veel energie en geld verloren gaat. Een gebrek aan coördinatie van dit netwerk lijkt het probleem waardoor onze doelgroep onzichtbaar wordt voor de gemeente en de gemeente voor de doelgroep.

Maatschappelijk organisaties geven aan dat het beter is om naar alle vrouwen in heel Amsterdam-Noord te kijken dan te specificeren op de probleemgevallen of op etniciteit. Sommige meisjes gaven aan dat het bestaan van een vertrouwensband tussen hulpverlener en hulpbehoevende essentieel is voor het toegeven van het bestaan van een probleem. Beide denken ook dat deze band eerder ontstaat met iemand die in het zelfde schuitje heeft gezeten dan met iemand die ‘van buitenaf komt’. Ook hier is weer van toepassing dat goed voorbeeld goed doet volgen. Het is hierbij wel van belang dat de belevingswereld van ‘het voorbeeld’ aansluit bij die van ‘de volger’. Khadija gaf bijvoorbeeld aan dat iemand die worstelt met school, mogelijke werkloosheid en financiële problemen niet zit te wachten op een enorm succesverhaal van iemand die een eigen bedrijf heeft opgezet. Wel op iemand die zegt: ‘ik ken jouw probleem, ik heb er ook mee te maken gehad, ik heb toen daar aangeklopt, zij hebben mij daarmee geholpen’.

Categorieën: Text - publicaties

0 reacties so far ↓

  • There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.

Laat een reactie achter